Banner

Rose Kemp

A Hand Full of Hurricanes

7.0
Tom De Moor - 04 februari 2007

Als dochter van Maddy Prior en Rick Kemp van het ongelukkig genaamde collectief Steeleye Span kreeg Rose muziek met de pollepel ingegeven. Op haar vijftiende bracht ze met onder andere haar moeder onder de naam 'Maddy Prior and The Girls' het a capella folk album 'Bib and Tuck' uit om zich nadien te fixeren op de uitbouw van een solocarrière. De eerste worp daarvan was het poprock-album 'Glance' (2003), een bewuste vlucht van de folk opdat haar naam niet steeds in verband met die van haar moeder gebracht zou worden. Aangezien het resultaat voor haarzelf toch niet je dat bleek, neigde ze voor de daaropvolgende ep meer naar straightforward rock, een pad dat ze verder volgde voor haar tweede album 'A Hand Full of Hurricanes'. De inspiratie voor deze generieke switch kwam er ook deels door de samenwerking met lokale helden SJ Esau en Max Milton in het experimentele trio Jeremy Smoking Jacket.

Met 'Little One' toont Kemp meteen al aan dat ze zich bij het serieuzere werk beter in haar element voelt dan op de meer afgelikte songs van haar eerste plaat. Het lijkt dan ook alsof ze zichzelf aanspreekt: 'Don't be afraid to grow out of your clothes little one, it has only begun'. Deze noot komt meteen haar geloofwaardigheid ten goede, die toch onder vuur komt te liggen bij dergelijke overstap. Het is dan ook enkel 'Violence' waarop nog een popinvloed in de aanloop te bespeuren valt, totdat de track een onverwachte maar welgekomen wending neemt door plots een smerig gitaarsalvo af te vuren. Op het vlak van variatie zitten we met deze plaat gebeiteld: hard en zacht wisselen elkaar af en ook in de nummers zelf wordt gespeeld met tempowissels. Geslaagde stijlexperimenten als het onderkoeld weemoedige 'Orange Juice' en het lichte marsritme in 'Sing our Last Goodbye' dragen hier alleen maar toe bij. Voor elk wat wils dus en genoeg om een hele plaat lang te blijven boeien. Deze genotscurve krijgt dan ook enkel in het midden even een dip. De opeenvolging van het langgerokken 'Metal Bird', het al te vrijblijvende 'Skin's Suite' (dat nochtans veelbelovend duister begint) en de meligheid van de a capella-misser 'Sister Sleep' last hier even een snooze-moment in.

Hoe goed de nummers zich onderling van elkaar ook kunnen onderscheiden, toch wordt de originaliteit beknot door de overduidelijke links met andere artiesten. Enkele van de zachtere nummers plaatsen Kemps stem tussen die van Anouk en Sarah McLachlan en onder meer 'Morning Music' doet aan Cat Power denken, maar blijft te lief om de vergelijking te doorstaan. De meest prominente referentie is echter die aan Shannon Wright in het steviger werk. De doorleefde, soms bewust overslaande stem van Kemp schept niet alleen een overduidelijke vocale alliantie, ook qua opbouw en muzikale effecten word je als luisteraar gedwongen de link op te merken.

Op zichzelf staand klinkt 'A Hand Full of Hurricanes' best verfrissend. Enkele mindere tracks maken dat het geen hindernisloos parcours wordt, maar de variatie op het album maakt veel goed. Bovendien bezit Kemp een aangename stem waarmee ze zowel het lieve meisje als het vat vol venijn kan spelen. Enkel de intermuzikaliteit zorgt er voor dat de nasmaak iets fletser dan verwacht uitvalt. Deels ongewild (aan haar stemklank kan ze zelf weinig veranderen) meet ze zich hier met enkele namen van wiens niveau ze toch nog een eind verwijderd is. Voorlopig nog geen podiumplaats dus, maar geef haar nog wat tijd en ze geraakt er wel.

E-mailadres Afdrukken
 
Rose Kemp

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST