Banner

Adrian Goldsworthy

Pax Romana

7.0
Jurgen Boel - 26 januari 2018

Met Donald Trump aan het roer lijkt het tijdperk van de Pax Americana op zijn allerlaatste benen te lopen. De term die opgang maakte na de Tweede Wereldoorlog en de minder bekende Pax Brittanica (1815-1945) opvolgde, is duidelijk een korter leven beschoren dan de relatieve vrede die in de geschiedenisboeken bekendstaat als de Pax Romana, een term die in het jaar 55 door Cicero bedacht zou zijn na de overwinning van Augustus (vandaar dat men ook wel van Pax Augusta spreekt).

Wat de Pax Romana zo bijzonder maakt, is dat de vrede een gevolg was van een eeuwenlange overheersing. Het Romeinse Rijk strekte zich van West-Europa over Noord-Afrika tot Oost-Europa en het Midden-Oosten uit, waarbij het naargelang de plek zelf de plak zwaaide dan wel een vazalkoning aan de macht hield. En hoewel de bezette gebieden, of ze nu geregeerd werden door een gouverneur dan wel een lokale machthebber, voor de lokale bevolking maakte het weinig uit. De Romeinen respecteerden in belangrijke mate de lokale tradities en gebruiken, en traden slechts op wanneer de eigen belangen in het gedrang traden.

De overheersing door de Romeinen maakte in veel gebieden zelfs een einde aan de jarenlange conflicten tussen verschillende stammen of stamleden onderling. Vochten vroeger kleine stammen voor een gebiedsuitbreiding en lokale edelen voor de macht over de eigen stam, dan was het nu het Romeinse rijk dat het voor het zeggen had en het hele gebied controleerde dan wel besloot wie er aan de macht kwam. Uiteraard kwam deze vrede tegen een prijs en zuchtte meer dan één provincie onder de uitbuiting van een gouverneur. Per slot van rekening was voor die laatste een gouverneurschap de beste manier om snel rijkdom te vergaren en zo zijn politieke carrière in Rome te bekostigen en uit te bouwen.

Net omdat de Romeinse senatoren gouverneurs uit hun eigen rangen kozen, bleef dit soort uitbuiting vaak ongestraft, zij het niet altijd (er waren wel degelijk straffen voor al te grof misbruik). Bovendien trokken deze gouverneurs vaak rond in hun gebieden om recht te spreken en te besturen. Dat de ene gouverneur daarbij scrupuleuzer tewerk ging dan de andere, staat buiten kijf. Onder Augustus en de volgende keizers veranderde het gouverneurschap enigszins, al bleef misbruik voorkomen, niet in het minst omdat de gouverneurs geen ambtenaren waren en grotendeels zelf instonden voor het beheer van hun provincie. Voor de bondgenoten en vazalstaten verschilde het leven overigens niet zoveel van dat van de provincies. De vrijheid van handelen was evenzeer gebonden aan verplichtingen tegenover Rome en de ene heerser kon net zo snel ingeruild worden voor de andere.

De rol van de gouverneurs is maar een van de elementen binnen het complex van spelers en belangen. Want ook al heerste er een relatieve vrede: onlusten, rebellie en lokale machtstrijden kwamen nog steeds voor, en net zo goed vormde het bezettingsleger dat instond voor de vrede, ook een bron van onvrede en schermutselingen. Bovendien zorgde het soms woelige politieke leven in Rome voor instabiliteit in de provincies, in het bijzonder wanneer een lokale machtshebber de kant van de verkeerde troonpretendent koos. Tezelfdertijd diende de Romeinse overheerser echter evenzeer rekening te houden met de lokale machtsgroepen en precaire evenwichten bewaren om opstanden te vermijden.

De Pax Romana in zijn totaliteit vatten, is dan ook geen eenvoudige opgave. Goldsworthy kiest daarom bewust voor een thematische veeleer dan een historische benadering (al komt die laatste uiteraard ook aan bod), wanneer hij de verschillende facetten en gevolgen van deze vrede behandelt. Voor een goed begrip is uiteraard een kennis van het Romeinse Rijk en haar bestuur nodig, waarbij Goldsworthy het boek opdeelt in de periode van de Republiek en die van het Principaat. Want hoewel de vrede zich voornamelijk tijdens de keizersperiode afspeelt, dient de republiek uitvoerig behandeld te worden. Het is immers in deze periode dat het Rijk grotendeels vastgelegd werd. De meeste oorlogen en gebiedsuitbreidingen zouden onder de Republiek en Augustus plaatsvinden, waarna de (latere) keizers voornamelijk de fronten versterkten en bescheiden gebieden veroverden dan wel verloren.

Pax Romana is door zijn uitgangspunt een bonter lappendeken geworden dan de biografieën waarmee Goldsworthy bekend geworden is. Kan een werk over Caesar of Augustus, of zelfs het Romeinse Rijk an sich nog enigszins lineair verteld worden, dan vraagt een omvattend thema als dit een andere aanpak. Het ruwe onderscheid tussen de Republiek en het Principaat is de enige tijdsbreuk die echt aan bod komt, al wordt nu en dan nog eens teruggeblikt om een vergelijking om voortzetting van oude wetten beter te duiden. Hoewel de aanpak van Goldsworthy te verdedigen is, maakt dit het voor de lezer moeilijker om meteen een duidelijk beeld te krijgen van wat de Pax Romana behelsde. Tezelfdertijd kan echter niet anders dan erkend worden dat de poging van Goldsworthy om een complex fenomeen, dat zich over enkele eeuwen uitstrekte, bevattelijk en overzichtelijk te maken, meer dan verdienstelijk is. Pax Romana is geen eenvoudig werk, maar de vlotte schrijfstijl en heldere uiteenzettingen houden het wel meer dan verteerbaar.

E-mailadres Afdrukken