Banner

Rise of the Planet of the Apes

2.0
Vincent Van Peer - 15 augustus 2011

Films met antropomorfe apen, wij blijven dat een vreemd concept vinden. Toen 'King Kong' in 2005 (al voor de derde keer) het levenslicht zag, vonden wij daar eerlijk gezegd geen bal aan. Die film gaf ons een hoofdpersonage bij wie je de CGI-haartjes op de vacht kon tellen, maar 't bleef wel een aap hé jongens. Kom. Al dat bombastische gedoe over een chagrijnige gorilla? Idem met de originele 'Planet of the Apes'. Oké B-filmpje, daar niet van, maar waar die film de status van klassieker vandaan haalt? Beats me. Primaten worden blijkbaar al eens gebruikt om maatschappijkritiek te spuien. (Wie zijn hier de echte beesten, hé? Wie? Daar al eens over nagedacht?) Maar het blijven voor mij nogal vergezochte plotconstructies waarmee het moeilijk meeleven is. Zo ook in 'Rise of the Planets of the Apes', een oersaai formulefilmpje dat het moet hebben van z'n speciale effecten.

Omdat 'Rise' nu eenmaal de origine van de franchise uit de doeken doet - de producers willen van de termen sequel of reboot om de een of andere vage reden niks horen - begint men helemaal bij het begin. Helemáál bij het begin. De gedreven jongeman Will (een ergens de foute studio ingelopen James Franco) zoekt naarstig naar een geneesmiddel voor Alzheimer, en daarbij gebruikt hij chimpansees als proefdieren. Even lijkt hij dicht bij de oplossing te zijn gekomen, maar Bright Eyes, de aap bij wie zoveel vooruitgang is vastgesteld in de cognitieve functies, ontsnapt en veroorzaakt zoveel heibel dat het project meteen bij het vuilnis wordt gezet. Alle apen moeten uit voorzorg afgemaakt worden, maar wanneer Will het koddige zoontje van Bright Eyes, Caesar (Andy Serkis zet na King Kong zijn tweede aap neer) in de poten geduwd krijgt, neemt hij 'm (ondertussen zowat achtduizend regels uit zijn contract brekend) mee naar huis, om 'm op te voeden als zijn kindje en in het geniep verder te werken aan zijn revolutionaire geneesmiddel.

Dat de rest van het verhaal zo goed als volledig draait rond de evolutie van Caesar (die van zijn moeder een quasi-menselijke intelligentie geërfd heeft) zorgt er meteen ook voor dat alle menselijke personages totaal noppes uitwerking krijgen. Wat weten we van Will? Dat hij Alzheimer zo koortsachtig wil genezen omdat zijn vader (John Lithgow) aan de ziekte lijdt. Ha ja, want in een Amerikaanse film kan een mens niet gewoon iets doen, omdat hij daar zin in heeft. Hoofdpersonages hebben altijd een Diepere Motivatie. Personages in een bijrol niet. Freida Pinto's rol als het lief van Will en de dierenarts van Caesar begint en eindigt bij die beschrijving, terwijl Brian Cox een zoveelste incarnatie van zijn kwaadaardige sleazeball mag neerzetten, David Oyelowo op de zenuwen werkt als Hebzuchtige en Egoïstische Baas (in een lab in een Amerikaanse film loopt er altijd wel ergens eentje rond) en Tom Felton als sadistische verzorger eigenlijk gewoon nog eens Draco Malfoy speelt (wij zagen 'm zó "Crucio!" roepen naar die arme apen). Er loopt zelfs nog ergens een buurman rond die er geen graten in ziet om zijn aan Alzheimer lijdende buurman een beetje door mekaar te rammelen. Ha ja, want dat is wat de plot nodig heeft. Stomme buurman.

Eén pluspunt aan het feit dat Caesar de aap de hoofdrol krijgt: de CGI ziet er wel degelijk heel sterk uit. Met de plastieken maskers uit het origineel wist je vooral dat je met apen te maken had, omdat dat zo in de korte inhoud stond en je dat kon afleiden uit de context van de film. Hier zien de apen er realistisch uit, terwijl ze ook menselijke emotie kunnen overbrengen zonder er belachelijk uit te zien. Weta Digital heeft in ieder geval knap werk geleverd. De minpunten? Wel, het grootste probleem is vooral dat er niet echt subplots zijn om je zorgen over te maken terwijl je tóch al weet hoe het allemaal zal eindigen. Je weet dat Caesar zal uitgroeien tot rebellenleider van de apen, alleen duurt het anderhalf uur vooraleer hij ook daadwerkelijk op dat punt komt. En is dat interessant om naar te kijken? Nope, we krijgen obligate wantoestanden uit het perspectief van de onderdrukten en het gaat van kwaad naar erger tot een opstand onvermijdelijk wordt. 't Is eigenlijk zoiets als de prequel van 'Braveheart', maar dan met apen. Want net als de fun en de actie begint, is de film opeens afgelopen.

Regisseur Rupert Wyatt registreert het allemaal met de hondsvervelende sérieux waar ook 'King Kong' aan ten prooi viel. Hoewel het hier gaat om een friggin' apenopstand, is er van humor geen sprake en lijkt men echt te denken "relevante thema's" aan te kaarten. I say: geef die primaten een stel machinegeweren, zet wat Van Halen op de geluidsband, en sit back and relax. Maar niets daarvan. Eén keer wordt het bijna plezant, wanneer de beroemde "damned, dirty apes"-zin wordt bovengehaald en Caesar niet lang daarna ook over menselijke stembanden blijkt te beschikken wanneer hij een "Nooo!" uitstoot waar Darth Vader nog een puntje aan kan zuigen. Dan sijpelt er een beetje camp binnen in de film en mag er al eens een auto naar een helikopter worden gezwierd. Maar het blijft allemaal zo gewichtig en droog dat wij ons zelfs dan nog aan het vervelen waren.

Dat ook het verhaal niet echt om over naar huis te schrijven is - de toch niet onbelangrijke plotdraad over het uitsterven van de mens wordt via een flauw achterpoortje alsnog binnengespeeld via de eindgeneriek - mag de spreekwoordelijke druppel geheten worden. Voor de diehard-fans was er naar men mij verzekert heel wat te rapen in termen van referenties naar de rest van de franchise, maar het niet-sociaal gestoorde deel van de mensheid zal er vet mee zijn. 'Rise' is een formuleachtige, lege en saaie film geworden die zo lang aan z'n set-up blijft timmeren dat er voor de rest van de film geen plaats meer is. Voor de sequel zeg ik: 'Planet of the Apes with Zombie-Killing Samurai Swords'. Weet ik veel. Iéts om leven in de brouwerij te brengen.

E-mailadres Afdrukken
 
Rise of the Planet of the Apes
VS / 2011
Regie: Rupert Wyatt
Scenario: Rick Jaffa; Amanda Silver
Met: Andy Serkis; James Franco; Freida Pinto; Brian Cox; Tom Felton; John Lithgow; David Oyelowo
Duur: 105 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST