Banner

Children of Men

8.0
Peter De Backer - 15 oktober 2006




Eén van de meest terugkerende toekomstvisies in de cinema is een (post)-apocalyptisch of dystopisch wereldbeeld, al dan niet direct geïnspireerd op het werk van doemdenkers zoals Orwell, Kafka of Huxley. 'Brazil', 'The Matrix', 'The Terminator', 'V for Vendetta', 'Wie wordt de man van Wendy?', als ze ons één ding leren, dan is het wel dat het allemaal serieus naar de kloten zal gaan. 'Children of Men' (naar de roman van P.D James) sluit grotendeels aan bij die donkere toekomstbeelden, maar het gebeurt zelden dat een onheilspellende voorspelling zo angstaanjagend realistisch overkomt. Neem uw vrouwtje dus maar snel bij de hand, ga eens goed gaan eten en geniet ervan, want voor je het weet sukkelen we in een fascistisch wereldregime of worden we afgemaakt door cyborgs met een Oostenrijkse tongval. Sheisse!

Het jaar is 2027. De wereld rouwt omdat de jongste mens op aarde, de achtienjarige Diego, net is gestorven. Excuseer, jongste mens? Achttien jaar oud? Inderdaad, de mens is namelijk druk bezig met uit te sterven. De vrouwen kunnen geen kinderen meer kunnen krijgen (daar sta je dan als man met je overbodige vlaggestok) en de laatste levende generaties hebben nog een dikke vijftig jaar te leven. Met de samenleving is het vanzelfsprekend niet goed gesteld. Radicale groeperingen, een agressieve politiestaat, terreuraanslagen, een niet te stuiten migratiegolf en dit allemaal binnen een vervallen maatschappij die teert op anarchie, chaos en destructie. Het grimmige wereldbeeld dat 'Children of Men' ons voorschotelt staat zo dicht bij onze realiteit dat ze het in sommige werelddelen al letterlijk kunnen voelen.

Clive Owen speelt Theo Faron, een triestige plant die er zich bij heeft neergelegd dat het bijna voorbij is. Terwijl de rest van de wereld wanhoopsdaden verricht, strompelt Theo met een natgelebberde sigaret en een bekertje koffie door de vernielde straten van een Londen dat meer lijkt op een oorlogsgebied. De levensvreugde is al lang zoek en het enige wat hem nog een beetje kan opfleuren is een bezoekje aan zijn oude vriend Jasper (Michael Caine heerst als een John Lennon-achtige hippie) om te mijmeren over the good old days. Tot hij op een dag ontvoerd wordt door zijn ex-vrouw Julian (Julianne Moore), lid van een revolutionaire groepering. Ze heeft zijn hulp nodig voor een levensbelangrijke missie: een zwangere vrouw (Claire-Hope Ashity) in veiligheid brengen. Voor hij het goed en wel beseft zal Theo zijn laatste futloze krachten bijeen moeten rapen om de mensheid te redden, en dat allemaal op zijn teenslippers.

'Children of Men' is zo'n zeldzaam geval waar de unieke visie van een onafhankelijke filmmaker wordt bijgestaan door de commerciële kracht van een big budget-studio. Nadat hij het Harry Potter-universum een broodnodige donkere schwung gaf met 'Azkaban', drukt Alfonso Cuarón ook hier zijn persoonlijke stempel op, zonder dat de commerciële aantrekkingskracht verloren gaat. Je kunt het een beetje vergelijken met wat Paul Greengrass heeft gedaan met 'The Bourne Supremacy', ook zo'n big-budget productie die door een Hollywood-buitenstaander werd ingeblikt. Eigenlijk is 'Children of Men' een geweldige high concept-film: De mensheid staat op uitsterven en één man moet een bijna miraculeus zwanger geraakte vrouw in leven houden om de wereld te redden. Geloof me, in Hollywood kicken ze op dit soort primaire concepten. Maar laat een talentvolle, eigenzinnige regisseur zijn ding doen met zo'n project en je krijgt iets wat we veel te weinig zien: een mainstreamfilm voor de meerwaardezoeker.

Want ondanks de maatschappijkritiek (migranten als beesten in kooien!), de religieuze ondertonen en de sombere toekomstvisie scoort 'Children of Men' het best als spannende actiethriller. Eentje die zich onderscheidt omdat Cuarón het aandurft om de genreconventies naar zijn hand te zetten. Narratief ontwikkelt 'Children of Men' zich als een on the move-thriller. De hoofdpersonages hebben zelden een rustig moment en moeten constant in beweging blijven om in leven te blijven. Het is een klassieke formule die hier ongelooflijk efficiënt wordt uitgewerkt. En dan vult Cuarón het aan met zijn eigen ideeën, met nuances, the little touches. Het blijven details, maar het maakt een wel degelijk een verschil. Neem nu de held, Theo. Dit is geen Indiana Jones of James Bond maar een cynische nihilist die nog geen zin heeft om een karton melk te gaan halen, laat staan de mensheid te redden. De manier waarop het verhaal wordt aangepakt is al even verrassend. Geen pretentieuze preken om het publiek een geweten te schoppen, maar satirische of zwartgallige prikken gecombineerd met luchtige momenten, die 'Chidren of Men' verteerbaarder en toegankelijker maken dan je zou verwachten. Niet iedereen zal voor die comic relief te vinden zijn en een Michael Caine die schetengrapjes vertelt (pull my finger, gniffel) is er misschien wat over, maar het is verrassend hoe clever (het concept van het mythische Human Project wordt uitgelegd via een mop) en bevrijdend die injecties van humor zijn. Of zoals Kee, de hoop van de mensheid het zegt: 'ik denk dat ik m'n kind bazooka ga noemen.'

Ook de look en stijl van de film heeft iets onconventioneels; het is ongelooflijk knap in elkaar gestoken, maar nergens krijg je bewust de indruk dat je naar een big budget-spektakel zit te kijken. Met een handgehouden cameravoering (gelukkig iets minder shaky dan die van Greengrass) en een uitgepuurde compositie sleuren Cuarón en cinematograaf Lubezki ons mee in de leefwereld van de protagonisten, met zenuwslopend intense resultaten. Hallucinante oorlogsbeelden die verwijzen naar de toestand in het Midden-Oosten, een aversie voor overdadige montage en een voorliefde voor lange, ononderbroken sequenties. Eén stuk in het bijzonder springt er op filmtechnisch vlak hoog bovenuit en bewijst dat de Mexicaan visueel wel heel straffe toeren kan uithalen. Een ellenlange 'single shot'-take waarin Theo zich temidden van een oorlog tussen de rebellen en de soldaten een weg baant tussen de rondvliegende kogels en vernielde gebouwen, is een verbluffend staaltje camerawerk. Ik weet niet hoeveel keer ze dat stuk opnieuw hebben moeten doen, maar het het resultaat is één van de spannendste filmfinales van de laatste jaren. Waarom? Omdat de focus op de personages nooit, maar dan ook nooit wordt vergeten. Hollywood, watch and learn...

De cast staat ook stevig. Zelfs als apathische treurwilg straalt Clive Owen één en al charisma uit. Hij is de koude fucker die steeds meer in de missie gelooft zonder dat er een obligate loutering moet komen. En het moment dat de anders zo koele Theo in een bos in elkaar zakt om stiekem een traan te laten is één van vele kippevelmomenten. De steun van de bijrollen is ook niet te onderschatten. Relatieve nieuwkomer Ashity maakt van Kee een sympathieke meid die nooit verlegen is om haar situatie te relativeren, een aandoenlijke Michael Caine maakt het hart van de film nog iets groter en Peter Mullan mag een heerlijke fascist spelen. Enkel Danny Huston's rolletje lijkt wel in een andere film thuis te horen en Ejiofer's radicale rebel is nogal oppervlakkig uitgewerkt.

'Children of Men' is er eentje om te houden. De boodschap is wat vanzelfsprekend (de mens als oorlogsgeil zelfvernietigend wezen is niet echt nieuw), maar het verhaal is zo aangrijpend dat het doodzonde zou zijn om dit te laten schieten. En wie even niet stil wordt bij het horen van dat verlossende babygehuil, wel, die mag gerust in een hoekje kruipen om uit te sterven.

E-mailadres Afdrukken
 
Children of Men
UK-USA / 2006
Regie: Alfonso Cuarón
Scenario: Alfonso Cuarón
Met: Clive Owen; Julianne Moore; Claire-Hope Ashity; Michael Caine; Chiwetel Ejiofer
Duur: 109 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST