Banner

The Brothers Grimm

8.0
Dennis Van Dessel - 06 oktober 2005




Acht jaar na 'Fear and Loathing in Las Vegas' is Terry Gilliam er nog eens in geslaagd om een film af te maken. De perikelen rond zijn gedoemde 'Don Quichote'-project, vastgelegd in 'Lost in La Mancha', zijn ondertussen algemeen bekend, en hadden aanvankelijk voor heel wat good will gezorgd - mensen hadden medelijden met Gilliam, een dromer in een cynische wereld, die constant belaagd werd door de boze realiteit terwijl hij enkel zijn fantasieën op pellicule wilde zetten. Dit waren dan wel dezelfde mensen die Gilliams films consequent hadden afgebroken als te bizar, te chaotisch, te druk en in het algemeen te té, maar dat vergaten ze dan maar even, omdat het nu eenmaal bijzonder goed staat om een worstelend kunstenaar te steunen. Nu komt de regisseur terug met 'The Brothers Grimm', en zijn krediet is meteen alweer opgebruikt. Opnieuw zijn daar de oude verwijten: te bizar, te chaotisch, te druk, te té. De recensies die deze prent in de VS heeft gekregen, hadden net zo goed die van 'Brazil', 'Baron Munchhausen' of 'Fear and Loathing' kunnen zijn. Het enige dat die kritische mishandeling écht betekende, was dat 'The Brothers Grimm', wat het ook was, in ieder geval een echte Terry Gilliamfilm zou zijn. Als fan van het werk van deze briljante fantast kon ik dus alleen maar uitkijken naar wat het zou worden. Het resultaat is geen meesterwerk, geen ongelooflijke levensveranderende ervaring, maar het is wél een geestige, visueel verukkelijke fantasie, escapisme op z'n best.

Matt Damon en Heath Ledger spelen Will en Jacob Grimm, twee bedriegers die het platteland van Duitsland afreizen, op zoek naar goedgelovige boeren die menen met spoken of demonen te zitten. De gebroeders zetten een spectaculaire horrorshow op voor de inboorlingen en pretenderen hen op die manier van hun klop- en andere geesten af te helpen, waarna ze langs de kassa passeren. Op een dag worden ze echter door de Franse generaal Delatombe (Jonathan Pryce) gedwongen om af te zakken naar het dorp Marbaden, waar elf kinderen zijn verdwenen in het bos (onder hen Roodkapje en Hans en Grietje). De dorpelingen vermoeden magie, Delatombe houdt het op ordinaire criminelen die slim genoeg zijn om in te spelen op de bijgelovigheid van een stel boeren. In het gezelschap van de gesjeesde Italiaanse militair Cavaldi (Peter Stormare) zoeken Will en Jacob het stadje op. De mysterieuze gebeurtenissen daar blijken samen te hangen met een plaatselijke legende rond een koningin die al 500 jaar in een toren ligt, wachtend op het bloed van jonge meisjes om haar weer jong te maken.

Eén van de vaste kritieken die werden geuit tegen 'The Brothers Grimm', is dat de film chaotisch zou zijn, moeilijk om te volgen. Nu is het natuurlijk een vastgesteld feit dat ik hyperintelligent ben, maar ik had er persoonlijk op geen enkel moment moeite mee om de plot te volgen. Uiteindelijk is die immers vrij klassiek gestructureerd: Will en Jacob worden geïntroduceerd als bedriegers. Ze worden naar Marbaden gestuurd, waar kinderen zijn verdwenen. Dan, in de tweede akte, krijgen we het verhaal van de koningin in de toren. Wat is daar zo moeilijk aan? Een deel van het probleem ligt allicht bij het feit dat Amerikaanse films tijdens de voorbije tien jaar tot in het extreme conceptueel zijn gaan werken. Zowat elke commerciële film kan worden samengevat in één of twee zinnetjes. Tijdens het eerste half uur worden alle plotelementen aangereikt, en vervolgens kijken we enkel nog naar de logische uitlopers van die elementen. De reden daarvoor is simpel: als je van je kijkers gaat verlangen dat ze na de eerste dertig minuten nog steeds opletten en aandacht besteden aan dingen als de plot, dan neem je het risico dat een deel van je publiek gaat afhaken - dat deel dat het enkel nog gewend is om naar tv te kijken en verhalen in reepjes van een half uur geserveerd te krijgen. Gilliam doet dat niet, hij durft het aan om - stel je voor - pas na een uur uitsluitsel te geven over de bedoelingen van de booswichten. Hij blijft nieuwe elementen aanreiken, nieuwe ideeën op het scherm gooien, tot vér voorbij het punt waarop de meeste filmmakers zeggen: "Oké jongens, het is genoeg geweest, laten we er nu maar gewoon nog wat actiescènes tegenaan gooien." Neem nu zo'n 'War of the Worlds', extatisch ontvangen in de VS: Spielberg zette zijn hele film op in de eerste tien minuten, de rest was heel wat geren en geschreeuw als gevolg van wat in die eerste tien minuten gebeurde.

'The Brothers Grimm' lijkt mij niet zozeer chaotisch, als wel volgeladen - zoals elke film van Gilliam. Elke minuut zit volgepakt met informatie over de plot of de personages, en als dàt er niet inzit, dan krijgen we wel bizarre visuele vondsten om te verwerken, waaronder boomwortels die als grijpgrage handen naar de personages graaien en spiegels die breken, maar hun beeld in de scherven blijven vatten. Films van Gilliam zijn vaak uitputtend, en dat kan deze ook zijn - er gebeurt altijd vanalles, je kunt niet achteruit zakken en je verstand even uitschakelen.

Uiteindelijk heeft Gilliam hier, niet voor het eerst en allicht ook niet voor het laatst, een film gemaakt over de kracht van de fantasie over de logica. Will is een pragmatist, die een afkeer heeft van de dromerige romantische ziel van zijn broer Jacob. Maar aan het einde, wanneer blijkt dat magie écht bestaat, is het enkel Jacob die gewapend is tegen de kwade kanten ervan. De dromer redt de dag, de man die gelooft in magie is beter gewapend tegen de wereld dan de realist. Heath Ledger en Matt Damon zijn overigens prima op elkaar ingespeeld, en weten een zeer sympatieke buddy-vibe aan de gang te krijgen.

Voeg daar nog aan toe dat het geheel prachtig gefotografeerd is - de herfstige bladeren in het betoverde bos, de met klimop begroeide kasteeltoren, de mistige treurigheid van het dorpje. Allemaal onvergetelijke locaties, die met liefde en flair in beeld worden gezet. Het moet gezegd worden, de CGI is zeker niet altijd even overtuigend (bepaalde transformaties van wolf naar mens zijn bijvoorbeeld enigszins twijfelachtig), maar het camerawerk is magnifiek.

'The Brothers Grimm' is een film die 118 minuten duurt, en het aandurft om ook effectief 118 minuten lang te verlangen dat je niets anders doet dan naar die film te kijken. Ja, soms is hij over de top (die vertolkingen van Peter Stormare en Jonathan Pryce!), maar dat was dan ook de bedoeling. En nee, natuurlijk is dit geen film waar u over vijf jaar nog van zult wakker liggen, maar Gilliam heeft hier een mooie, vindingrijke sprookjesfilm gemaakt, waar meer creativiteit in zit dan in honderd van die middelmatige Hollywood-spektakels die méér waardering krijgen. Een Gilliam grand cru is dit niet, maar in vergelijking met het bucht van de Aldi dat we vaak krijgen, is dit wel degelijk een verdomd goeie fles wijn. Op Gilliam, en dat hij ze nog lang mag maken.
E-mailadres Afdrukken
 
The Brothers Grimm
USA / 2005
Regie: Terry Gilliam
Scenario: Ehren Kruger
Met: Matt Damon; Heath Ledger; Lena Headey; Peter Stormare; Jonathan Pryce; Monica Bellucci
Duur: 118 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST