Banner

Fear and Loathing in Las Vegas

8.0
Dennis Van Dessel - 17 juli 2004




"We had all the momentum; we were riding the crest of a high and beautiful wave. So now, less than five years later, you can go up on a steep hill in Las Vegas and look West, and with the right kind of eyes you can almost see the high-water mark - -the place where the wave finally broke and rolled back."

Dit is een deel van de beroemde "wave speech" uit Hunter S. Thompsons 'Fear and Loathing In Las Vegas', één van de bijbels van de Amerikaanse tegencultuur. Thompson was tijdens de jaren zestig en zeventig de bezieler van het Gonzo-journalisme: verslaggeving waarin de persoonlijke, subjectieve ervaring van de journalist centraal staat, waarin zijn meningen, angst en walging de tekst dicteren. Hij schreef over de Hell's Angels, de campagne van Nixon in '72, over de mensenrechtenbeweging, politiebrutaliteit, enz... En daarmee werd hij de stem van de desillusie van Amerika na de hoopvolle periode van de jaren zestig.

De sixties waren het tijdperk van verandering in de VS, er heerste een gevoel dat een idealistische jeugd eindelijk komaf zou maken met de corruptie van het systeem. Maar zo is het niet gelopen - de conservatieve meerderheid wist toch z'n slag thuis te halen, terwijl de love generation uit elkaar viel. Nixon werd president, de oorlog in Viëtnam nam in hevigheid toe voordat hij eindelijk ten einde kwam, en langzaam maar zeker bleek dat drugs, drank en vrije liefde ook behoorlijk wat nadelen hadden. De positieve resultaten van de flower power (een verhoogd politiek bewustzijn bij veel gewone burgers, bewegingen voor vrouwenrechten en mensenrechten) zouden pas enkele jaren later voelbaar worden. Op dat moment, vroeg in de jaren zeventig, leek het echter allemaal één gigantische puinhoop - het idealisme had niets uitgehaald, de corruptie bleef bestaan. Die golf van jeugdige, goedbedoelde energie waar Thompson over schrijft, was uiteindelijk gebroken op het zand van de woestijn van rechts conservatisme. Je kon nog net de donkere lijn in het zand zien waar dat was gebeurd.

Thompson was één van de barden van die tijd - iemand die, naar de gebruiken van zijn leefwereld, industriële hoeveelheden drugs en drank consumeerde en gaandeweg schreef over Amerika zoals hij dat zag: een land met repressieve overheidsdiensten die erop uit waren om persoonlijke vrijheden zoveel mogelijk te beknotten, en voor het overige een ontzagwekkende hoeveelheid domme, banale mensen die er niets aan deden om die repressie te doorbreken. 'Fear and Loathing In Las Vegas' is zijn meesterwerk - a savage journey into the heart of the American Dream, zoals de cover van het boek vertelt. Een echte plot is er niet - Thompsons alter ego Raoul Duke en zijn advocaat Dr. Gonzo vertrekken naar Las Vegas om verslag uit te brengen van een autorace in het midden van de woestijn. Hun kofferbak zit vol met "extreem gevaarlijke" drugs: mescaline, LSD, uppers, downers, cocaïne, zelfs ether. Met die drugs, en bovenal met de angst en walging die ze hebben overgehouden aan de algemene desillusie van de laatste jaren, zetten ze een weekend lang Las Vegas op stelten.

'Fear and Loathing' is typisch zo'n boek dat iedereen voor onverfilmbaar hield, tot Terry Gilliam er toch in slaagde in '97. Het resultaat was een film die al even agressief onconventioneel was als het boek, en bijgevolg al even extreme reacties opriep. Heel wat mensen vonden dit niet om aan te zien, en commercieel succes bleef uit. In de tussenliggende jaren is er evenwel een herwaardering gekomen - mensen kijken er een tweede keer naar, wennen aan het hysterische ritme van de film en beginnen te begrijpen wat precies de bedoeling was. Op video en nu op dvd heeft 'Fear and Loathing' zelfs een soort van cultaanhang gekregen.

Het is in ieder geval fout om 'Fear and Loathing' af te schilderen als een film over drugs, dat is het niet. Raoul Duke en Dr. Gonzo zijn in feite weinig meer dan twee symbolische figuren - ze zijn twee willekeurige leden van de tegencultuur, mensen aan wie in de jaren zestig werd beloofd dat alles zou veranderen, zonder dat die verandering er is gekomen. Hun reactie is dan maar om in alles zo anarchistisch mogelijk te worden, om steeds verder te gaan zonder om te kijken. Ze vernietigen hun hotelkamers, hun wagen en uiteindelijk zichzelf. Met het breken van die golf van verandering staan ze nergens meer en dus zeggen ze simpelweg: fuck everything. Hun angst en walging neemt het over, ze vluchten weg in drugs en agressie. Angst en walging voor wat? Voor een Amerika dat landen ver weg bombardeert terwijl mensen in Las Vegas zich blindstaren op flikkerende lichtjes en zich uitleven in een circusachtig casino waar dwergen trapeze-acts doen.

Gilliam maakte van 'Fear and Loathing' een surrealistische ervaring, die vaak het verwijt kreeg chaotisch, ongecontroleerd en uitputtend te zijn. Maar lees het boek en je merkt op dat je die argumenten daar óók voor kunt gebruiken. De toon van de roman is ongewijzigd overeind gebleven in de film. Net als alle prenten van Gilliam, heeft ook deze een onontkenbare arrogantie over zich - je houdt ervan of je haat het, maar er is geen tussenweg mogelijk en je krijgt de indruk dat het de regisseur uiteindelijk ook worst zal wezen of je mee bent of niet. Felle, psychedelische kleuren, onstabiele camerabewegingen waar je haast een dronken gevoel van krijgt, het snel ratelende stemmetje van Johnny Depp op de voice-over en natuurlijk gortige scènes waarin de personages al dan niet verstaanbaar tegen elkaar staan te gillen of aan projectile vomiting doen, domineren de film. Geen wonder dat er veel mensen op afknappen. Maar dat is nu eenmaal de stijl waarmee Thompson werkte. Heel die 'Fear and Loathing', ook in boekvorm, gààt juist over excessen. Dat de film excessief is, is niet iets dat je makers kunt verwijten, net zo min als je een komedie zou kunnen verwijten dat hij z'n kijkers aan het lachen maakt - dat is nu eenmaal eigen aan het beestje.

Tijdens de eerste helft van de film lijkt 'Fear and Loathing' in de eerste plaats een komedie. Johnny Depp brengt een manische energie naar zijn rol van Duke - hij is een man die geen twee seconden stil kan zijn, steeds in beweging is, continu paranoïde door de dope in z'n lijf. Tegenover hem staat Benicio Del Toro, die zo'n 20 kilo bijkwam voor z'n rol als Dr. Gonzo en zich hier van z'n meest vadsige kant laat zien, een varken van een vent. Aanvankelijk zijn hun belevenissen nog komisch (zoals een scène waarin Depp op de vlucht is voor een politieagent en gaandeweg professioneel commentaar geeft over de correcte manier om voor de wet te vluchten), maar tijdens het tweede uur lijkt alles steeds verder uit de hand te lopen, de excessen worden gortiger, de sfeer van de film wordt scherper, venijniger. We houden op met lachen en we zien in hoe tragisch (en mogelijk gevaarlijk) deze twee figuren wel zijn. Dat is ook weer zoiets dat tegen de film is gebruikt - "het begint leuk, maar naar het einde toe wordt het gewoon tevéél" - maar ook dat is eigen aan de film, dat was wel degelijk de bedoeling.

Als verfilming van Thompsons boek is 'Fear and Loathing' zonder meer geslaagd - de ideeën en de toon ervan blijven overeind, ondersteund door hallucinante beelden en geweldige acteurs. Of dit een trip is die u zult willen nemen, is niettemin een heel andere vraag.
E-mailadres Afdrukken
 
Fear and Loathing in Las Vegas
USA / 1997
Regie: Terry Gilliam
Scenario: Terry Gilliam; Tony Grisoni; Todd Davies; Alex Cox
Met: Johnny Depp; Benicio Del Toro; Tobey Maguire; Christina Ricci; Gary Busey; Ellen Barkin
Duur: 119 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST