Banner

Aaltra

6.0
Dennis Van Dessel - 25 juni 2004




'Wie lacht, heeft het vreselijke nieuws nog niet gehoord,' zei Berthold Brecht ooit. Niet bepaald een vrolijke gedachte, maar in ieder geval optimistischer dan wat regisseurs/acteurs Benoît Delépine en Gustave de Kervern ons komen vertellen in 'Aaltra': deze soms hilarische, soms flauwe, maar altijd pikzwarte komedie lijkt eerder van mening te zijn dat wie lacht, zich simpelweg geen fluit aantrekt van het vreselijke nieuws. Deze zelfverklaarde "road movie voor rolstoelgebruikers" is ongegeneerd politiek incorrect en lapt vrolijk z'n laars aan alle conventies: waar de meeste films vanaf de eerste minuut naar de sympathie van het publiek hengelen, lijkt dit exemplaar je eerder uit te dagen om de hoofdpersonages géén kleine klootzakjes te vinden. Dat is weer eens iets anders, inderdaad.

Benoît, een soortement zakenman, en Gustave, een landarbeider, zijn twee buren die elkaars bloed wel kunnen drinken. Wanneer Benoît, mede door toedoen van Gustave, z'n job verliest, gaat hij de antipathieke boer persoonlijk uit z'n dorsmachine sleuren om hem enkele rake klappen te verkopen. Tijdens hun gevecht komt de laadklep van de machine echter los en de volgende keer dat we beide mannen zien, liggen ze naast elkaar in het ziekenhuis, alletwee verlamd onder hun middel. Het eerste dat Gustave aan de verpleegster vraagt, is of hij alstublieft een andere kamer kan krijgen.

De twee mannen zijn alles kwijt, en wat nog het ergste is: als rolstoelgebruikers in een wereld die niet op hen voorzien is, zijn ze ook op elkaar aangewezen. Gustave krijgt het lumineuze idee om de fabrikant van de bewuste machine een proces aan te smeren - de firma Aaltra, gevestigd in Finland. In plaats van een telefoontje te plegen naar de dichstbijzijnde advocaat, besluiten de beide heren om persoonlijk de verantwoordelijken aan te gaan klagen. Zonder geld en zonder bruikbare benen beginnen ze aan een lange reis richting Finland.

'Aaltra' is een staaltje oversneden cynisme zoals onze Waalse vrienden dat wel vaker produceren (het beste voorbeeld daarvan is wellicht nog steeds 'C'est Arrivé Près De Chez Vous'). Delépine en de Kervern schetsen een genadeloos portret van een samenleving die bovenal niet lastig gevallen wil worden met de problemen van een ander: de ambulanciers die hen naar huis brengen, stoppen onderweg voor een frisse pint en zitten aan de toog de voordelen van air conditioning in de gemiddelde personenwagen te bespreken. Af en toe zien we voorzichtig een hand omhoog reiken naar die twee andere glazen bier die naast die van de ziekenbroeders staan. Later in de film bevinden Benoît en Gustave zich op een motorrally, waar ze van een ex-kampioen het vriendelijke verzoek krijgen om zich enigszins uit het zicht te zetten, omdat ze er te deprimerend uitzien voor het gewone publiek. Het meest frappante voorbeeld komt er wanneer de mannen aan het liften zijn aan de kant van een autoweg: een vrachtwagen stopt enkele meters verderop, wacht tot de beide heren naar hem toe zijn gekard, en rijdt vervolgens steenkoud weer door. Niemand houdt rekening met hen - op z'n best worden ze genegeerd, en anders worden ze wel simpelweg getreirerd met hun handicap. Benoît Poelvoorde heeft een cameo als motorfan die niet graag wordt tegengesproken: 'O, wat ik blij dat ik benen heb! Wat kan ik lekker over en weer lopen, zoveel ik wil!'

Maar niet alleen gedraagt de wereld zich slecht tegenover hen, Benoît en Gustave zelf zijn ook geen lieverdjes - als zij vrachtwagenchauffeurs waren, zouden ze ongetwijfeld net hetzelfde hebben gedaan als de man die hen aan de kant van de weg liet zitten. De twee mannen zijn egoïstische monstertjes, die alleen aan zichzelf denken. Die paar arme sukkelaars die hen dan toch willen helpen (een Vlaams gezin op vakantie, een Australische motorfietser), krijgen enkel stank voor dank: ze worden bestolen, belogen en bedrogen. Leukste scène: onze helden komen terecht bij een Duitse familie waar Benoît de batterij van het elektrische wagentje dat hij van een bejaarde heeft gestolen (jawel) mag heropladen. Gustave schuift doodgemoedereerd mee aan tafel en de twee mannen vreten ongegeneerd en ongevraagd de koelkast van het gezin leeg. Af en toe horen we Benoît op de claxon van z'n wagentje duwen, wanneer hij een vers flesje bier nodig heeft.

Die situaties worden gortdroog gepresenteerd in lange, statische shots: de regisseurs zetten hun camera ergens neer en laten heelder scènes zich ontwikkelen zonder dat ding ook maar één keer te bewegen. Aanvankelijk werkt dat misschien enigszins enerverend: we zijn het nu eenmaal gewend om beweging te zien, dit soort van beeldenregie vereist een andere manier van kijken - onze ogen worden niet expliciet een bepaalde richting in gedwongen. We moeten vaak zelf het scherm afspeuren om te kijken waar de grap zit - wedden dat het bij een aantal mensen lang gaat duren voordat ze die handjes opmerken die de toog op- en afglippen? Bovendien is de humor vrijwel volkomen visueel - dialoog is schaars in 'Aaltra', en wanneer er dan toch wordt gesproken, doet de tekst doorgaans weinig om het verhaal vooruit te helpen. Wat dat betreft doet de film vaak denken aan het werk van Tati in zijn Monsieur Hulotfilms. 'Aaltra' is een film om naar te kijken, niet om naar te luisteren, zoals dat voor de meeste prenten tegenwoordig het geval is. Gedraaid in zwart-wit, voor minder dan geen geld, weten de regisseurs niettemin maar al te goed hoe ze een scène in beeld moeten brengen: 'Aaltra' werd op 2.35 widescreen gefilmd, en er wordt continu gebruik gemaakt van de uiteinden van dat scherm. De camera beweegt niet, maar er is verdomd goed nagedacht over de standpunten die er werden gekozen: elke scène wordt een soort van toneelstukje op zichzelf, waarbij elke centimeter van het beeld gebruikt wordt.

'Aaltra' is een film over twee klootzakken van rolstoelpatiënten, die zich doorheen een wereld van andere klootzakken bewegen. Mensen van goede wil zijn zeldzaam, en dienen enkel om uitgebuit te worden. Het is niet evident om met dat gegeven een leuke film te maken, maar in feite werkt het wel. Niet àlle situaties zijn even geestig en uiteindelijk kun je er moeilijk omheen dat dit een one joke-movie is, één grappig idee dat vervolgens 90 minuten lang wordt uitgerokken. Maar gezien de korte speelduur en het vrolijke anarchisme waarmee de makers hier aan de slag zijn gegaan, kan dat de pret nauwelijks drukken. Weet er trouwens misschien iemand waar ik zelf zo'n elektrisch karretje kan krijgen?

http://www.aaltra-roadmovie.com/

E-mailadres Afdrukken
 
Aaltra
B / 2004
Regie: Benoît Delépine; Gustave de Kervern
Scenario: Benoît Delépine; Gustave de Kervern
Met: Benoît Delépine; Gustave de Kervern; Benoît Poelvoorde; Aki Kaurismäki; Jan Bucquoy
Duur: 90 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST