Banner

Lost In La Mancha

7.0
Dennis Van Dessel - 05 mei 2004




Je weet dat je naar mensen met problemen aan het kijken bent wanneer je iemand met een uitgestreken gezicht en zonder enig spoor van ironie de vraag hoort stellen: "Wanneer kun je spreken van een act of God?" De persoon die die vraag stelt, is Terry Gilliam, op de set van wat zijn film 'The Man Who Killed Don Quixote' had moeten worden. Die film is er nooit gekomen, en 'Lost In La Mancha', een documentaire die aanvankelijk had moeten uitgroeien tot zo'n making of-special die ze op dvd's zetten, blijft nu over als het enige gedenkteken voor Gilliams poging. Dit is geen making of, maar een unmaking of, over een groepje zeer getalenteerde mensen die allemaal heel erg hun best doen om een film van de grond te krijgen, en er simpelweg niet in slagen.

Terry Gilliam is één van mijn favoriete regisseurs: 'Brazil' was weinig minder dan geniaal, 'The Fisher King', 'Twelve Monkeys' en zelfs het maar al te vaak afgekraakte 'Fear and Loathing In Las Vegas' behoren tot mijn persoonlijke top weet-ik-veel-wat. Zijn films zijn opgetrokken uit een nauwelijks controleerbare chaos van plotlijnen, personages en thema's die op een vaak bombastische manier op het publiek worden losgelaten. Achteraf ben je doodop, maar je hebt wél iets unieks gezien. Een gevolg van die aanpak (hoe groter en hoe fantasierijker, hoe beter), is dat zijn films langs de éne kant gedoemd zijn om altijd maar voor een beperkt publiek toegankelijk te blijven, maar dat ze langs de andere kant toch ook weer een groot budget nodig hebben om volledig tot hun recht te komen. Elke productie van een Gilliamfilm is een strijd geweest tegen de financiële en logistieke werkelijkheid van wat erbij komt kijken om zo'n ding te maken. Tot voor 2000 is hij er altijd in geslaagd om, ondanks alle moeilijkheden, toch als winnaar uit de strijd te komen, met een film die zijn eigen unieke stempel draagt. Maar met 'Don Quixote' ging het finaal mis - misschien was het wel onvermijdelijk dat dat ooit eens zou gebeuren.

Op veel manieren was 'Don Quixote' dé ultieme Terry Gilliamfilm: centraal in zijn werk staat immers steeds opnieuw de dromer, de man die wil ontsnappen aan de saaie werkelijkheid in een fantasiewereld waarin hij kan zijn wie hij wil zijn. Kijk maar naar 'Baron Munchhausen' of 'Brazil'. De grens tussen fictie en realiteit, tussen waanzin en gezond verstand, was altijd al enigszins vaag in zijn werk - 'Don Quixote' is de moeder van dat soort verhalen en bijgevolg, niet geheel verrassend, een project waar de regisseur al jarenlang mee in z'n hoofd zat. Na verschillende gefaalde pogingen om de productie op gang te brengen, lukte het hem in 2000 eindelijk om de camera's aan het draaien te krijgen. Gesteund door Franse en Spaanse financiers kreeg hij een budget van 30 miljoen dollar bij elkaar (in feite lang niet genoeg voor de film die Gilliam wilde maken, maar in ieder geval voldoende om te beginnen) en begon hij in Spanje te filmen aan wat zijn meesterwerk had moeten worden.

We zien Gilliam, een man die is opgetrokken uit drukke lichaamsbewegingen, een constant ratelende mond en een lachje dat doet denken aan dat van Tom Hulce in 'Amadeus', door zijn productiekantoor lopen - hij neemt het script door met acteurs Jean Rochefort, die Quichotte zal spelen, en Johnny Depp, die een geüpdate versie van Sancho Panza moet neerzetten. We zien hem de rekwisieten keuren, waaronder een aantal prachtige levensgrote marionetten, en we krijgen een indruk van wat voor film het zal worden via de storyboards en de repetitiebeelden die Gilliam filmt met een aantal figuranten. De preproductie verloopt in een sfeer van optimisme tegen beter weten in (anders zou het geen optimisme zijn, natuurlijk) - iedereen weet dat er eigenlijk niet genoeg geld is om het scenario eer aan te doen, maar niemand schijnt het hardop te willen zeggen. Na enkele dagen komt de realiteit echter op de filmploeg neergedaald als een straf van God.

Het begint met figuranten die niet voldoende zijn voorbereid om een bepaalde scène te spelen. Gilliam, die onder zware tijddruk staat teneinde het budget onder controle te houden, besluit dan maar een andere scène te filmen. Terwijl hij daarmee bezig is, blijkt dat er om de zoveel seconden een vliegtuig voorbij komt gesjeesd dat de opnamen bederft. Daarna begint het zowaar te regenen, in het midden van een woestijngebied. Te regenen, en vervolgens te hagelen. Tegen het einde van de bui staat de helft van het materiaal onder water en ziet de omgeving er niet meer uit zoals het zou moeten. Wanhoop slaat toe, we horen Gilliam het woord "fuck" vaker gebruiken dan het gemiddelde personage in een Quentin Tarantinofilm, maar de lijdensweg is nog lang niet voorbij. De volgende dag blijkt immers dat Jean Rochefort aan vreselijke pijn lijdt telkens hij in het zadel kruipt - hij heeft problemen met z'n prostaat. De acteur wordt terug naar Frankrijk gevlogen voor medisch onderzoek en niemand weet wanneer hij nog zal terugkeren. De droom van Gilliam valt voor z'n ogen uit elkaar. Na zes dagen filmen besluiten de financiers om de productie stop te zetten. Aan het einde van de documentaire zien we de kostuums en rekwisieten weer verdwijnen in kartonnen dozen, de acteurs zijn spoorloos verdwenen, Gilliam blijft alleen over met een zuur gezicht en een verloren droom: "I've already made this film," horen we hem zeggen. "I've made it in my head, over and over again." Zoals het ernaar uitziet, zal hij daar ook blijven.

Het is gek om te zien hoe de realiteit de fictie achternaloopt: een film over een dromer die het uiteindelijk niet kan halen van de werkelijkheid, gemààkt door een dromer die het niet kan halen van de werkelijkheid. We zien Gilliam vloeken en tieren, cynische grapjes maken en uiteindelijk berustend zuchten. Het débacle is niemand z'n schuld, wat het eigenlijk alleen nog maar erger maakt: er is niemand om verwijten te maken.

'Lost In La Mancha' werd gemaakt door Keith Fulton en Louis Pepe, dezelfde documentairemakers die de geweldige making of van '12 Monkeys' regisseerden: 'The Hamster Factor' (terug te vinden als extra op de dvd van die film). Het is duidelijk dat Gilliam zich op z'n gemak voelt bij Fulton en Pepe - zelfs nadat alles reddeloos verloren is blijft hij tegen ze praten en blijft hij ze toelaten bij het soort van gesprekken en vergaderingen waar vele anderen waarschijnlijk liever geen getuigen bij zouden willen. Het resultaat heeft veel weg van gluren naar een auto-ongeval - je voelt jezelf een voyeur, maar ondertussen kun je ook niet wegkijken. Daarvoor is het veel te fascinerend. Terry Gilliam heeft ondertussen een nieuwe film klaar, die eind dit jaar in de zalen moet komen: 'The Brothers Grimm', opnieuw een verhaal over twee mannen die fictie en realiteit vrolijk vermengen. Bepaalde obsessies kun je nu eenmaal niet kwijtraken, zelfs niet na een rampenproductie als deze.

http://www.lostinlamancha.com/

E-mailadres Afdrukken
 
Lost In La Mancha
USA-UK / 2002
Regie: Keith Fulton; Louis Pepe
Met: Terry Gilliam; Jean Rochefort; Johnny Depp; Jeff Bridges
Duur: 89 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST