Banner

Lost In Translation

9.0
Dennis Van Dessel - 13 januari 2004




Zie je wel dat talent in de genen zit! 'Lost In Translation', de tweede film van Sofia Coppola (dochter vàn), werd in de VS op vrijwel unanieme loftuigingen onthaald, is op het moment van schrijven genomineerd voor vijf Golden Globes en wordt nu al getipt als grote kanshebber voor een resem oscarnominaties. Het zou uiteraard bijzonder bon ton zijn om vervolgens heel blasé over zo'n film te gaan praten, maar voor één keer ga ik gewoon even mee kwijlen met alle andere slijmerds: dit is een prachtige film.

Bill Murray speelt Bob Harris, een acteur die met nauwelijks verholen tegenzin naar Tokio trekt om een reclamespotje voor whisky te filmen. Eigenlijk zou hij liever op het toneel staan, maar zoals hij later zal zeggen: 'Dit gaf me de kans om m'n vrouw te ontvluchten, de verjaardag van m'n kind te missen en twee miljoen dollar op te strijken.' Laten we zeggen dat Bob een beetje cynisch is geworden over z'n beroep. Maar de whisky doet tenminste wat hij moet doen, en Bob trekt zich terug in de chique bar van het hotel waar hij verblijft, eenzaam, droevig en vrijwel continu dronken.

Daar maakt hij kennis met Charlotte (Scarlett Johansson), een jonge vrouw die net is afgestudeerd en nu niet weet wat ze moet gaan doen. Ze is in Tokio samen met haar man, een fotograaf voor wie zij duidelijk een blok aan het been is, en terwijl hij gaat werken, spendeert zij, net als Bob, teveel tijd alleen. In haar kamer, in de van de pot gerukte stad die Tokio schijnbaar is, en in de bar van het hotel, waar ze Bob ontmoet. De twee schelen dertig jaar in leeftijd, maar bij elkaar vinden ze eindelijk een soort van steun en begrip. Tijdens de volgende paar dagen trekken ze samen de stad in, en ze praten over hun leven, het huwelijk, kinderen en al die dingen waarover je schijnbaar alleen maar met vreemden echt voluit kan praten.

Coppola's persoonlijke ervaringen kleuren heel de film - haar reizen naar Japan, haar (notoir) falend huwelijk met regisseur Spike Jonze (die van 'Adaptation'), haar achtergrond als fotografe... Van begin tot eind voel je dat dit een zeer persoonlijk project is. Ze is niet geïnteresseerd in het vertellen van een traditioneel verhaal - ze heeft gewoon die twee personages, die ze door en door kent, en die ze met ons wil delen. Coppola weet precies hoe ze ons binnen moet leiden in het leven van Bob en Charlotte, en tegen het einde van de rit, vinden we het jammer dat we afscheid van hen moeten nemen.

Hoe doet ze dat dan? In de eerste plaats gunt ze de beide personages tijd om een aantal scènes alleen door te brengen. Op zichzelf bekeken gebeurt er niet zoveel - we zien Charlotte eenzaam voor haar gigantisch, panoramisch venster zitten of op haar bed liggen, altijd in een foetuspositie, alsof ze zichzelf wil beschermen tegen al wat er zich buiten haar kamer bevindt. Haar man had er net zo goed niet kunnen zijn, en wanneer ze samenkomt met vrienden, zien we haar bijna gek worden van de banaliteit van hun conversaties. Fundamenteel is ze alleen, en Coppola geeft haar, zeker aan het begin van de film, de tijd om alleen te zijn. Dat heeft ze nodig, anders zouden haar latere scènes met Bob niet zo goed werken. Visueel benadrukt Coppola dat gevoel door Charlotte altijd te omringen met verticale lijnen, wat de ruimte waarin ze zich bevindt, kleiner lijkt te maken, een claustrofobisch gevoel.

Bob krijgt van hetzelfde laken een pak - bijna psychopatisch van de jet-lag en het slaapgebrek, wordt hij overdonderd door de niet aflatende vriendelijkheid van iedereen om hem heen. Maar niemand waarmee hij kan praten. Tokio als stad is ook al niet erg behulpzaam voor onze twee helden - na de film te zien, zou ik er nooit naartoe willen gaan. Van in de hotelkamers tot op de straten, komt de metropool hieruit tevoorschijn als een soort van hels amusementspark voor volwassenen, waarin technologie alle gevoel voor menselijkheid en persoonlijkheid heeft weggeveegd. Vroege scènes in de film, waarin Bob 's nachts wordt wakkergebliept door faxen, en een wanhopig gevecht levert met een douche en een trainingsapparaat, zijn bijzonder grappig - maar op een ander niveau tegelijkertijd toch ook weer zeer triest. Bob komt hieruit tevoorschijn als een man die grappig zou kunnen zijn, maar er al lang geen zin meer in heeft, en Bill Murray weet precies hoe hij hem moet spelen. Murray is wellicht de enige 'Saturday Night Live'-komiek uit de jaren tachtig die zowel in komische als dramatische rollen z'n geloofwaardigheid heeft kunnen behouden (waar zitten Chevy Chase en Dan Aykroyd?), en hier is hij slim genoeg om niet openlijk grappig te staan doen. Dat zou immers niet bij z'n personage passen. 'Lost In Translation' is vaak een hilarische film, maar de humor komt juist uit de manier waarop Murray volkomen onderkoeld reageert op de buitenissige gedragingen van de Japanners. Een volk dat hij niet begrijpt, waarvan hij de taal en de gebruiken niet snapt.

Scarlett Johansson is al even goed - op het moment van filmen was ze maar achttien, negentien jaar, maar ze speelt hier emoties en gedachten die ouder zijn dan dat, zonder haar geloofwaardigheid te verliezen. Als koppel biedt de gelegenheid van een seksuele relatie zich vanaf het begin aan, maar nee. Die voor de hand liggende val wordt vakkundig vermeden - het hele verhaal zou dood zijn neergevallen indien de twee met elkaar naar bed waren gegaan, aangezien alle spanning tussen de personages stante pede verdwenen zou zijn. En spanning tussen de personages is er - het knettert tussen Murray en Johansson van hun eerste scène tot hun laatste. Vooral hun laatste. Het afscheid dat ze delen, is één van de mooiste, meest oprecht emotionele scènes die ik sinds lange tijd in een film heb gezien.

Mijn favoriete scène (ik kan het echt niet laten): een poging tot conversatie tussen Murray en een oude Japanse man in een wachtkamer van een ziekenhuis. De Japanner is honderduit aan het praten, Murray snapt er de ballen van, maar beaamt netjes alles dat de man zegt. Op de achtergrond zien we twee figuranten stikken van het lachen, en meteen krijg je de indruk dat dat moment niet gepland was, dat die twee dames inderdaad de slappe lach hadden gekregen en dat Coppola er simpelweg voor gekozen heeft om die scène erin te houden. En terecht, want het is een wonderlijk spontaan stukje cinema.

'Lost In Translation' is emotioneel op een goede manier, beklijvend, geestig, eerlijk, intelligent, volwassen, rijp... Gooit u er nog maar een paar adjectieven tegenaan. Verplichte kost.

http://www.lost-in-translation.com/


Lees de bespreking van de soundtrack van 'Lost In Translation'!
E-mailadres Afdrukken
 
Lost In Translation
USA-J / 2003
Regie: Sofia Coppola
Scenario: Sofia Coppola
Met: Bill Murray; Scarlett Johansson; Anna Faris; Akiko Takshita; Giovanni Ribisi
Duur: 105 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST