Banner

Us

8.0
Lien Delabie - 24 maart 2019
alt

Jordan Peele is terug. Wie Get Out niet eng genoeg vond, mag gerust zijn: Lupita Nyong’o die smakelijk vertelt over hoe ze rauwe konijntjes verorbert vooraleer ze een schaar in haar dubbelganger wil planten, is zowaar het meest misselijk makende stukje cinema dat we zagen sinds Toni Collettes psychose in Hereditary.

Het gaat goed met horror de laatste jaren: niet enkel Hereditary wist de ietwat versleten conventies van het genre te overstijgen, ook It Follows, Mother! en It Comes at Night bliezen nieuw leven in wat huiveringwekkend kan zijn in de 21e eeuw. Er is een revival aan de gang, en Jordan Peele speelt er een sleutelrol in sinds zijn veel geprezen regiedebuut Get Out. Niet alleen omdat zijn conceptueel gezette langspeelfilms verontrustend unheimlich zijn en niet zelden knipogen naar andere horrorklassiekers, maar ook omdat hij de strijd aanbindt met het racisme dat het genre al decennialang karakteriseert. In Peeles horror leggen de Afro-Amerikaanse personages niet als eerste het loodje. Ze nemen dat loodje en rammen het door de strot van hun belagers.

Us is niet anders. Peeles tweede langspeler is alles wat Get Out was maar in het kwadraat. De maatschappijkritiek is snijdender, de horror is nijpender en de humor scherper. Gedecideerd vangt hij de film aan met een akelige openingsscène: een klein meisje, een dubbelganger en een spiegelpaleis, ergens aan de kust van Santa Cruz anno 1986. Na iets wat lijkt op een evangelisch bezingen van witte konijnen, bevinden we ons in het huidige tijdperk, meer dan dertig jaar later. Adelaide (Lupita Nyong’o), het kleine meisje, is nu moeder van twee. Dat ze samen met haar man Gabe (Winston Duke) en haar kinderen terugkeert naar de Californische kust is géén goed nieuws. Laat staan het gezin op hun oprit dat perfect op hen lijkt, maar dan in rode pakken.

alt

Het bijzondere aan Us is misschien wel dat Peele geen seconde wacht om de bedreiging die ons de volgende twee uren te wachten staat aanschouwelijk te maken. Doorheen de film zijn er zelfs pseudogezellige koffiekletsen met Adelaides dubbelganger – de enige dubbelganger die kan praten – waardoor we niet eens helemaal moeten gissen naar hun motieven. Ik zeg niet helemaal, want wat willen die 'creeps' eigenlijk echt? Waarom hebben ze een gouden schaar bij? Wat is dat met die witte konijnen? Waarom wandelen ze zo verdomd bizar?

Helemaal duidelijk wordt het nooit. Daar waar Get Out nog enige conceptuele eenvoud had, valt er los te speculeren over Us. Het dubbelgangersmotief is inmiddels een stokpaardje in het horror genre, veelal om het onbewuste dat in ieder van ons schuilt te portretteren (denk maar aan Dr. Jekyll & Mr. Hyde). Ook de tijdspanne kan tekenend zijn: de film begint officieel in 1986- Reagans tijd - en eindigt in het Trumptijdperk. Monddoden die plots een ‘statement’ willen maken, doen ons ook wel denken aan die andere mensen met opvallende pakken: 'les gilets jaunes'. Wat er ook van aan is: Jordan Peele, en de hele Afro-Amerikaanse gemeenschap, zijn lang monddood geweest. Nu lijkt hij voor dat vele stilzwijgen te compenseren door alles opéén te pakken in één film.

alt

Die meerduidigheid hoeft de pret gelukkig niet te bederven. Los van de sterke gelaagdheid, is Us vooral een ‘fucked-up’ ‘hide and seek’ met je akelige evenbeeld. Net als in Get Out is Peele’s werk nog steeds een bizarre mengeling van gruwel en hilariteit, een mengeling die overigens beter werkt dan voorheen. Die ‘comic relief’ is trouwens gewenst : het is niet omdat de moppen beter zijn, dat Peele ons enigszins spaart. Elisabeth Moss, een actrice die werkelijk iedere rol lijkt aan te kunnen, hoeven we even niet meer te zien lachen.

De soundtrack van dienst is ‘I got 5 on it’ van Luniz - met een spookachtige twist - en is misschien wel één van de beste vondsten in Us: een baldadig en vrijpostig nummer. De bassen resoneren terwijl de dubbelgangers rotzooien met hun scharen. We weten: ze zijn nog lang niet klaar met ons en we hopen dat Peele dat evenmin is.

E-mailadres Afdrukken