Banner

Stalag 17

7.0
Dennis Van Dessel - 26 januari 2012

Toch vreemd, hoe er over sommige samenwerkingen tussen regisseurs en acteurs eindeloos gepalaverd kan worden, terwijl andere haast ongemerkt voorbij gaan. In het geval van Billy Wilder wordt er continu gesproken over zijn talrijke films met Jack Lemmon (en bij uitbreiding met Walter Matthau), en over het schrijfteam dat hij vormde met I.A.L. Diamond. Over zijn relatie met William Holden, daarentegen, wordt meestal gezwegen, hoewel de twee mannen samen vier films maakten, waaronder een aantal van hun bekendste: 'Sunset Blvd', 'Stalag 17', 'Sabrina' en - minder memorabel - 'Fedora'. Van de vier is 'Stalag 17' misschien niet de beste (die eer gaat naar 'Sunset Blvd') of de populairste bij het grote publiek ('Sabrina'!), maar het is wel de film die Holden een Oscar bezorgde, én die hem in de ogen van de massa bevestigde als potentiële actiester. Zou hij in 'The Bridge on the River Kwai' zijn opgedoken als hij niet eerst deze POW-film had gemaakt?

Holden speelt J.J. Sefton, een Amerikaanse sergeant die tijdens de Tweede Wereldoorlog als krijgsgevangene opgesloten zit in Stalag 17. Zoals dat hoort, houden zijn medegevangenen zich uitgebreid bezig met ontsnappingspogingen, het smokkelen van radio's en ga zo maar door - maar elke stap die ze zetten, wordt blijkbaar miraculeus voorzien door de nazi's. De conclusie is logisch: er zit een verrader in hun barak. Sefton, een eenzaat die alleen op zijn eigen belang uit is en zelfs sigaretten inzet op de dood van zijn maten, is de logische verdachte, en krijgt dan ook al zijn maten tegen zich. Maar wie is de echte mol?

Die plot lijkt zich in eerste instantie te lenen tot een soort thriller-drama: de zoektocht naar een verrader, de mogelijkheid dat de helden gepakt worden... Op zichzelf is dat serieuze kost. Maar Wilder probeert dat alles ook nog eens te verpakken als een komedie, waarin er vaak platte capriolen worden opgevoerd door comic relief-duo Animal en Shapiro (Robert Strauss en Harvey Lembeck). Die twee mogen voor de vrolijke noot zorgen door te gluren naar vrouwelijke gevangenen aan de andere kant van het prikkeldraad en zich op een kerstfeestje op te tutten als Betty Grable. Die combinatie is niet altijd even geslaagd: de humor is zodanig kluchtig dat je op slag naar een andere film aan het kijken bent, één die nog niet tot aan de enkels komt van het meer ernstige ontsnappingsdrama.

Wanneer Wilder zich echter concentreert op zijn centrale intrige, herpakt de film zich, en ontwikkelt hij zich tot een strakke whodunit, met een sterk hoofdpersonage. Sefton is een Wilderfiguur par excellence: een cynische loner wiens idealisme al lang geleden verloren is gegaan, maar die ergens diep binnenin nog altijd wel een kern van goed fatsoen heeft bewaard. Hij wordt niet echt psychologisch uitgewerkt ('Stalag 17' dateert sowieso van voor de tijd dat filmmakers verplicht waren om diepere psychologische drijfveren bloot te leggen), maar fungeert eerder als een Amerikaans archetype: hij is de op zichzelf aangewezen survivor, de ondernemende individualist die uiteindelijk aan het langste eind trekt. In een western zou hij de zwijgzame, harde-maar-faire cowboy zijn, hier is hij de cynische soldaat. Holden speelt hem met een subtiel gevoel voor humor en een soort arrogantie die past bij de rol: Sefton is er altijd van overtuigd dat hij slimmer is dan alle anderen in de kamer (en terecht, trouwens); een overtuiging die doorschemert in alles wat hij doet.

De plot rond de verrader zit overigens goed in elkaar, en wordt verteld op een bewonderenswaardig economische manier: Wilder werkt met visuele motieven (een bengelend lichtpeertje, een schaakspel) die ons zo goed als alles vertellen dat we moeten weten, en bijgevolg lange dialogen overbodig maken. Wanneer Sefton (spoiler, I guess) aan het einde van de film de verrader ontmaskert, moet hij nog maar een minimum aan informatie geven die we nog niet wisten, en de film kan meteen voort. Dat houdt in dat het tempo, ook naar huidige normen, nog altijd goed zit.

Bovendien krijgen we een aantal sterke bijrollen, vooral van regisseur Otto Preminger als kampleider en Sig Ruman als de uitbundige kapitein Schultz (I used to live in Zinzinatti!). Net als Holden (en eigenlijk alle anderen) spelen ook zij typetjes: de nazi zoals hij wordt waargenomen door Amerikaanse filmmakers. Maar dat werkt wel - 'Stalag 17' is een film die bewust stereotypes hanteert om het contrast tussen de Amerikanen en de nazi's zo snel en eenvoudig mogelijk duidelijk te maken. En daarmee zou hij trouwens nog de directe voorganger worden van de beruchte sitcom 'Hogan's Heroes', die in de jaren zeventig succesvol was op de Amerikaanse tv, en in mindere mate van 'MASH', eveneens een weinig eerbiedige blik op het leger en het gebrek aan heldendom dat er valt terug te vinden.

Op verhaaltechnisch vlak valt er nog wel het één en ander aan te merken op de film: Wilder trekt zijn film op gang, om dan na een half uur plotseling een aantal korte scènes in te lassen waarin de achtergrond van Sefton wordt geschetst. Alles wordt plotseling on hold gezet om te tonen hoe Sefton muizenraces houdt om sigaretten te winnen. Oké, die scènes zeggen wel iets over zijn karakter, maar was er echt geen elegantere manier om dat te doen?

'Stalag 17' heeft dus wel degelijk zijn gebreken - dat gedoe met Animal en Shapiro werkt simpelweg niet, en bepaalde zijsprongetjes in het scenario hadden gerust anders aangepakt kunnen worden. Maar met scherp uitgelijnde personages, een strak plot en een efficiënte beeldvoering, blijft het sowieso één van Wilders onmiskenbare klassiekers. Van hier tot in Zinzinatti.

E-mailadres Afdrukken
 
Stalag 17
USA / 1953
Regie: Billy Wilder
Scenario: Billy Wilder; Edwin Blum
Met: William Holden; Don Taylor; Otto Preminger; Robert Strauss; Harvey Lembeck; Sig Ruman
Duur: 121 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST