Banner

Reservoir Dogs

10.0
Dennis Van Dessel - 24 november 2007

Er zijn maar weinig regisseurs wiens naam zo snel een bijvoeglijk naamwoord zijn geworden als Quentin Tarantino. Al na zijn debuut, 'Reservoir Dogs', werd de term "Taratinesk" lustig in het rond gestrooid, allicht omdat veel mensen - gewone kijkers zo goed als critici - zo verrast waren door zijn schijnbaar geheel originele stijl, dat ze niet wisten welke andere term ze zouden moeten gebruiken om 'm te beschrijven. "Postmodern" en "zelfreferentieel" waren ook populaire woorden (ze zijn sindsdien dan ook vaste stokpaardjes geworden waar elke recensent zich aan kan vasthouden als was het aan een reddingsboei), maar helemaal dekten ze de lading toch niet. Een Tarantinofilm was gewoon... Tarantinesk. En daarmee uit. Als je iets kritischer tegenover de man en zijn stijl staat, zou je ook kunnen argumenteren dat "autistisch" een goed woord is. De cinema van Tarantino onderscheidde zich omdat ze nauwelijks nog aan de werkelijkheid refereerde - alleen nog aan andere films. Dat was aan het begin van de jaren negentig misschien niet helemaal een nieuw gegeven, maar het was wél erg zeldzaam, en absoluut nog geen deel van de mainstream. Normale films imiteerden de werkelijkheid, zo goed als ze konden. En plots was daar Tarantino, die de werkelijkheid helemaal niet wilde imiteren, ben je gek. Hij imiteerde andere films.

De meeste mensen wisten met 'Reservoir Dogs' niet goed wat ze zagen, maar ze wisten wel dat het zo hip als de neten was en dat ze maar beter mee op de kar konden springen. Gevolg: een adoratie voor de regisseur die nu nog steeds niet helemaal is uitgestorven en een reeks jonge regisseurs die Tarantino blindelings achterna liep. Zonder al te veel succes, overigens: buiten Robert Rodriguez moet ik de eerste "Tarantineske' (voilà, daar gaat-ie dan, ik heb de term gebruikt) regisseur nog tegenkomen die op zichzelf iets waardevols heeft gepresteerd.

In ieder geval, dat hele verhaal begon dus met 'Reservoir Dogs', waarschijnlijk nog steeds 's mans beste film: een razend spannende thriller, die qua plot notoir gebaseerd is op de Hong Kongse actiefilm 'City on Fire' met Chow Yun-Fat (één van de vele films die Tarantino in z'n roemruchte videotheekcarrière heeft gezien). Een zevental professionele criminelen, die elkaar nooit eerder hebben gezien en ook elkaars naam niet kennen (ze spreken elkaar aan met kleuren, Mr White, Mr Orange enz.), wordt samengebracht voor een juwelenroof. De overval zelf krijgen we pas aan het einde van de film (gedeeltelijk) te zien, maar het is meteen duidelijk dat het fout afloopt: enkelen van hen halen het helemaal niet, de anderen komen één voor één aan op de ontmoetingsplaats achteraf. Mr Orange (Tim Roth) is zwaargewond en ligt de hele film lang bloedend op de grond. De situatie is duidelijk: er is een verrader onder hen. Iemand heeft de politie verwittigd en van de overval een ramp gemaakt. Maar wie? En wie heeft de juwelen? In de verlaten loods waar ze hadden afgesproken, wachten de overvallers af - iedereen wantrouwt iedereen, iedereen is in paniek.

Wat dan volgt, is een claustrofobische thriller, duidelijk gemaakt volgens het principe: hoe goedkoper we het kunnen maken, hoe beter. De personages lopen anderhalf uur lang rond door een quasi-lege setting en praten - dat is negentig procent van de film. Wanneer er dan toch geweld plaatsvindt, wordt dat veel vaker gesuggereerd dan dat het wordt getoond. Let op de meest beruchte scène in de film: de Stuck in the Middle With You-martelscène. Een flik zit aan een stoel vastgebonden, terwijl de meest sadistische gangster van de hele bende, Mr Blonde (Michael Madsen), zijn oor afsnijdt met een scheermes. De camera zwenkt veelbetekenend weg en we zien helemaal niets, behalve dan Mr Blonde die achteraf met dat oor in zijn handen het shot weer binnenwandelt. Dat is dan budgetfilmen. Maar Tarantino werkt zo goed naar dat moment toe, door Mr Blonde eerst een geïmproviseerd dansje te laten doen op de muziek die er speelt, dat je verbeelding de rest invult. Heel wat mensen vonden dat een gruwelijke scène, hoewel het dat strikt genomen niet is.

Wat het meest verrassend was toen 'Reservoir Dogs' uitkwam, was de toon van de dialogen. De personages van deze film hadden het in eerste instantie niet over de plot - in de eerste scène zaten ze allemaal rond een tafel om over Madonna en de etiquette van het fooi-geven te lullen. Het was in deze scène dat Tarantino de regels van zijn filmuniversum vastlegde: alles verwees wel ergens anders naar. De popcultuur domineerde het leven van zijn personages net zoals het dat van maar al te veel mensen domineert. Alles is gestileerd; niet alleen de übercoole dialogen, maar zelfs de kostuums die de acteurs dragen (de zwart-witte pakjes met dunne dassen waren een tijdlang het summum van coolness, en als er gerechtigheid was in de wereld, dan zouden ze dat nu nog steeds zijn). Net als alle films van Tarantino, speelt 'Reservoir Dogs' zich af in een parallel universum dat zwaar beïnvloed is door videotheken, stripwinkels en andere tempels van cultuur voor mensen die zelden of nooit boeken zonder plaatjes lezen.

Dat postmodern jasje waarin alles cool en hip moet zijn, zorgt ervoor dat de cinema van Tarantino altijd en onvermijdelijk oppervlakkig zal blijven (of hij moest ineens iets heel anders beginnen doen, maar dan is het natuurlijk geen Tarantinocinema meer zoals we die nu kennen). Hoe kun je ook ooit iets met diepgang produceren als je je niet of nauwelijks met de werkelijkheid bezighoudt? Maar goed, wat 'Reservoir Dogs' mist aan diepgang, compenseert de film moeiteloos met pure lef en schwung op een moment dat de Amerikaanse onafhankelijke cinema die dingen broodnodig had. Tarantino was een regisseur die graag filmde, die films maakte vanuit zijn liefde voor het medium en geen andere reden nodig had. En dat merk je: hij is gefascineerd in het creëren van spanning (kijk nog maar eens naar die oorscène, je kunt er niet genoeg naar kijken, hup!), hij houdt ervan om dialogen te schrijven die niet écht zijn, maar beter dan echt: ze zijn clever. Al de machinaties van het filmmaken boeien hem eindeloos en hij amuseert zich ermee als een kind in een speelgoedwinkel. 'Reservoir Dogs' is een film óver filmmaken. Vergelijk dat met de bloedeloze dingen (letterlijk én figuurlijk) die op dat moment uit Amerika kwamen. Je had de mainstream, die was wat hij altijd geweest is en zowel goede als slechte dingen produceerde, en in de independent sfeer had je vooral veel loodzware, lelijk gefilmde tragedies die erop bezien waren om je zo gedeprimeerd mogelijk de straat weer op te sturen (in België zien we dat soort films schijnbaar nog steeds graag, gelet op hoeveel er gemaakt worden). Tarantino en de zijnen brachten heel de boel weer tot leven met energieke, in your face-cinema die nergens over ging, maar die verdorie onderhoudend, spannend, hip en grappig was.

Verwijzingen zijn er onder andere naar Martin Scorsese (de gangsterpersonages, het geweld) en 'The Taking of Pelham One Two Three' (de kleurennamen voor de personages). Scorsese was overigens ook een invloed in het cameragebruik - net als in sommige films van zijne Gewenkbrauwdheid, heeft de lens hier immers een eigen leven, en wordt hij regelmatig gebruikt om een subjectieve draai te geven aan de gebeurtenissen. Ja hoor, daar zijn we weer met die oorscène: door de camera weg te draaien op een cruciaal moment breekt Tarantino de beruchte "vierde muur": het is bijna alsof de camera zelf het geweld niet kan verdragen en z'n blik afwendt. Bij Tarantino leeft nu eenmaal alles, zelfs het materiaal.

Maar weinig films waren zo bepalend voor een decennium als 'Reservoir Dogs' voor de jaren negentig, met talloze imitaties en zelfs een heel nieuw referentiekader om over film te praten als gevolg. Het is een meesterwerk, ja, zij het dan een oppervlakkig meesterwerk. Maar goed, als je maar genoeg kloten hebt, is dat voldoende.

E-mailadres Afdrukken
 
Reservoir Dogs
USA / 1992
Regie: Quentin Tarantino
Scenario: Quentin Tarantino
Met: Harvey Keitel; Steve Buscemi; Tim Roth; Michael Madsen; Chris Penn
Duur: 97 min.


Advertentie
Banner
Advertentie

TEST